Roeiertjes!

Door Feike Tibben | 28 augustus 2020

roeier, roeiertje

Luierend met m’n lief aan de rivier zag ik schaatsenrijders schichtig over het water schuiven. Bloody hell, wat zijn die beesten snel als je er op gaat letten. Google erbij. Daar lees ik dat deze drijfwantsen een snelheid van meer dan 5 km/u kunnen halen. Juist ja. Die snelheid haalden de onzen beslist. Ik lees verder. Over onderzoeker Mark Denny die in 1993 met de derde wet van Newton in de hand (actie = min-reactie, nietwaar?) maar niet kon verklaren waarom deze dieren zich met een theoretisch te kleine impuls tóch kunnen verplaatsen. Grappig altijd wanneer bèta’s vastlopen in hun model. Afijn: Denny’s Paradox was geboren. Ik lees verder over de robostrider, een wat sullig ogende van een aluminiumblikje en ijzerdraadjes gefabriekte man-made schaatsenrijder. Altijd geïnteresseerd in biomimicry verdiep ik me in onderzoeken van het MIT naar de beweging van deze diertjes, tien jaar na Denny. De snelheid ontstaat, zo lees ik, niet door capillairen, maar door wervelingen dieper in het water, net als de kleine draaikolkjes die achter de bladen van een roeiriem ontstaan. De naar achteren gerichte impuls geeft het dier een voorwaarts gerichte impuls, geheel analoog aan roeien.

Bam!

Schaatsenrijders zijn helemaal geen schaatsenrijders. Het zijn roeiers! Ik heb al vaker geopperd dat roeien ‘het nieuwe schaatsen’ is. Maar daarbij dacht ik nog aan steeds zachter wordende winters en dat we daardoor steeds minder kunnen schaatsen / steeds meer kunnen roeien. Het MIT in Massachusets heeft via een heel andere benadering, namelijk dat deze schaatsenrijders eigenlijk roeiers zijn, de stelling een heel nieuwe invulling gegeven. Thank you, MIT.

Wat een middagje zwemmen niet kan veroorzaken. Nu maar wachten op de eerste club die zich ‘roeivereniging Gerridae’ noemt, zoals Wiliam Elford Leach dit dierengeslacht in 1815 betitelde of een roeiboot die ‘waterstrider’ of ‘l’araignée d’eau’ heet. Wedstrijdroeiers zullen vallen voor de eerste. Ik vind die Franse benaming werkelijk geweldig. Wat een gratie spreekt er uit.

roeier, roeiertje

Misschien ligt hier een opdracht voor ons roeiers, hoe klein en bescheiden ook. Want nu tunnels en straten andere namen zouden moeten krijgen omdat de naamgever bij nader inzien minder fraaie daden heeft verricht, nu de juridische procedures worden gevoerd omdat de namen vegetarische kipstuckjes, of vegaschnitzel misleidend zouden zijn, kortom een tijd waar het zorgvuldig benoemen van zaken gevoelig ligt: moeten wij niet zorgen dat in de nomenclatuur de benaming ‘schaatsenrijder’ wordt herschreven in: ‘roeiertje’? Deze naam lijkt me minstens even juist als sympathiek. Roeiertje past ook veel beter bij het dier: net als ons een hekel aan vorst, – meestal- een voorkeur voor glad water en ook het beeld is een beetje gelijk: dat van een romp met dunnige, zijwaartsstekende staken.

‘Roeiertje’ pas bovendien als naam prima naast ‘schrijvertjes’, die andere drijvende waterbeestjes. En ook wel zo fijn voor de roeipotigen (vogels met vliezen) dat die niet meer de enige roeiers in het dierenrijk zouden zijn. En ter inspiratie voor de diehard biologen onder ons: ‘Zilveren Roeier’ is toch een prachtige naam voor de Gerris argentatus’? En ‘Beekroeier’ een prima naam voor de Aquarius najas? En wie wil er nou niet de ‘Grote Roeier’ zeggen tegen de Aquarius paladum? Of wat te denken van de ‘Zwervende Roeier’’ als naam voor de Limnoporus rufoscutellatus? Ik zal bevooroordeeld zijn, maar ik vind het forse verbeteringen. En bovendien een prima PR voor onze sport wanneer kinderen van jongsaf roeiertjes in het water leren zien. ‘Kijk, Boris: allemaal roeiertjes op het water!’

Voel je trouwens al hoe lekker die naam ‘roeiertjes’ is na een paar keer? We spreken af: Vanaf nu blijven wij gewoon roeiertje gebruiken bij dat beest.
Schaatsenrijder.. pff, hoe hebben ze ’t kunnen bedenken.

Mocht je het willen checken: lees de artikelen achter de links!


Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Zit in z’n derde sportleven, na atletiek en wielrennen. Roeide eerst bij Hemus in Amersfoort, nu bij ‘t Diep in Steenwijk. Praat meer over sport dan dat ie zelf op het water is.
Lees alle bijdragen van Feike hier.



Roeistad Rijnenburg

Door Willem van Schelven | 25 augustus 2020

Hoe heter het werd, hoe vroeger we in de boot zaten. Maar om 8 uur was het alweer 27 graden. Zweethanden en extra blaren.

De ‘watersporters’ in hun motorjachten dreven ook al vroeg hun kooi uit, en gingen dan maar varen: golven. Om half tien ’s morgens liggen de eerste zwemmers alweer op hun luchtbed te dobberen. De waterplanten gingen nóg harder groeien. Alléén maar nadelen dus voor ons roeivolk, die hittegolf? Misschien toch niet, misschien wordt Cruijffs levenswijsheid straks opnieuw bewezen.
Dat zal nog wel even duren, maar in de kranten en overige media vlogen de afgelopen weken de al dan niet doorwrochte artikelen en verhandelingen over watertekort je om de oren. Algemene strekking: Dat we van een water-afvoerland met zijn molens en gemalen moeten gaan omdenken naar een water-vasthoudland. Met de bever in een Drentse beek als bufferheld. Voelt u hem al aankomen ? Ik neem u even mee naar Utrecht.
Want die stad – althans haar bestuur – heeft gekozen voor ‘inbreiding’. Dat houdt o.a. in een toenemende binnenstedelijke bebouwing, en daarmee steeds meer economische en recreatieve activiteiten rond en op het huidige trainingswater, het Merwedekanaal. Uiteindelijk – binnen 5 à 10 jaar – zal dat kanaal volledig ongeschikt worden voor serieuze training voor wedstrijden. Alleen de eerste introductie in het roeien en wat recreatief gepeddel in C-boten zal er dan nog mogelijk zijn.

Deze verslechtering van de trainingsmogelijkheden is al een paar decennia aan de gang, reden waarom de Stichting Watersportbaan Midden-Nederland (SWMN) al 25 jaar probeert om aanvullend roeiwater in de regio te verwezenlijken. Echt opschieten doet dat niet, Utrecht is wat minder sportminnend dan bijvoorbeeld Rotterdam of Amsterdam. Meerdere plannen voor extra roeiwater, soms zelfs vergevorderde, zijn uiteindelijk daardoor gesneuveld.

Artist’s mpression Rijnenburg


Maar wellicht schept deze laatste hittegolf nieuwe perspectieven: er moeten waterbuffers komen! Voorraden voor de waterleidingbedrijven, voor de landbouw, voor koeling van de stedelijke atmosfeer, etc. Zal GroenLinks, de smaakmakende fractie in Utrecht, nu eindelijk gaan inzien dat waterbekkens in de polder Rijnenburg, vlakbij de exploderende woon-agglomeratie Utrecht / Nieuwegein, onontbeerlijk zijn? En dat je ook dáármee energie kunt opwekken, net als met windmolens of zonnepanelen? En dat die waterbekkens bovendien veel minder maatschappelijke weerstand zullen opleveren dan die windmolens? En dat je met die waterbekkens óók nog eens recreatieve en sportieve doeleinden kunt verwezenlijken?

Misschien ga ik het dan toch nog meemaken, zoals eerder twee van de initiatiefnemers van de Willem-Alexander Baan: zodra de cutterzuiger zijn werk heeft gedaan, stiekem alvast een keer met je skiff naar die nét gegraven baan gaan, om daar als allereerste te kunnen roeien…
Ik hoop dat ik oud genoeg word!

Bijlagen bij Roei! 39 | augustus 2020

Roei! 39 | pagina 4

Column van Hélène Fobler

Hélène liep in lockdowntijd elke dag een rondje. Vanaf 17 maart maakte ze elke dag vanaf ongeveer dezelfde plek een foto van de Rotte, van vlakbij de roeiloods van De Maas.
In dit filmpje zie je de planten en bomen groen worden en groeien. Er vliegt een reiger op, er komt een kanoër langs, verder is het stil.
Op het eind, eindelijk, na de aftiteling, roeit Hélène met haar ploeg voorbij.


Roei! 39 | pagina 45

Feike Tibben over de juniorencommissie

Zijn stuk vind je hier.


Roei! 39 | pagina 56

Philemon en Baucis in ’t Raboes

Wil je meer weten over het huis als een rots? En wil je de ontwerpen zien? Ga naar de website van de architect.

En dan is er nog het kleine huis op ’t Raboes, eigenlijk Summer House genaamd. Op de website van de architect kun je varianten van het ontwerp ontdekken. Het is de moeite waard daar een kijkje te nemen, want ze zijn een lust voor het oog.



OProeien toen – 4

Door Jan Op | 16 augustus 2020

Ik, Jan Op den Velde, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag. De vergelijking tussen toen en nu zal, naar ik hoop, voor hetgeen nu in de roeiwereld geboden wordt (nog meer) waardering oogsten.


De opleiding is zover gevorderd dat na het kerstreces traditiegetrouw al een Jonge Acht A kan worden geformeerd. Na thuis de oliebollen te hebben genoten, met de trein naar Delft en je tegen vijven in de raceroeierskamer melden. Een inmiddels behoorlijk uitgedund gezelschap wacht in spanning af wat hen boven het hoofd hangt.

Eerst de president met zijn visie over de huidige situatie en de hoge verwachtingen die het bestuur heeft. De eerstejaars wordt voorgehouden dat zij nu weliswaar nog steeds aanwezig zijn en in het gezelschap van de ouderejaars, maar dat er geen enkele reden is tot juichen. Als je geen 150% inspanning toont kan je eventueel alsnog volgend jaar weer aantreden.

Mijn carrière tot de kerstvakantie vertoont nogal wat mankementen. Er zijn al overnaadse en gladde lichte vieren met mannen van mijn lichting geformeerd. Rond Sinterklaas zit ik nog steeds in de smalle tub. Er gebeurt wel iets bijzonders. Ik krijg als coaches zeer ouderejaars met een succesrijk verleden.

En daar sta je dan op de dag dat het laatste oordeel zal worden geveld. Zou ik nog ergens in mee mogen varen? De hoofdcoach komt aan ’t woord. Eerst de ouderejaars met aan het hoofd de Oude Vier. Hoe bereik je deze allerhoogste eer? Ze zijn zeker in staat de hardste halen te maken.

Het is winter. In die jaren nog echt koud en overal ijs. “Bakken” kan wel want met de bakriem houd je het ijs in beweging. De nabijgelegen gasfabriek levert (afval)warm water. Klein stukje water voor de deur min of meer ijsvrij. De brede tub mag varen.

Dan de kandidaten. Twee Overnaadse Vieren. Mijn naam valt niet. Ik krimp zeker enkele centimeters. Lichte Vieren. Minder zorgelijk want mijn gewicht beperkt de toegang tot deze categorie. Jonge Vieren. Nee! Zijn ze mij vergeten? Of heb ik iets gemist toen we vorig jaar voor het laatst werden toegesproken? Dan komt de hoogste rang, de Jonge Acht A, ter sprake. De namen van de boegen zijn mij goed bekend. Wat hebben zij wel en ik niet? Dan wordt mijn naam toch nog genoemd. Ik ben bevorderd naar 6 in de Jonge Acht!! Niks Overnaadse Vier. Overgeslagen. Ik voel een soort hartritmestoornis.

Handschoenen? Trui? Lange gymbroek?  Aan watjes doen we niet. Hard worden hoort bij de opleiding. Nu niet voor te stellen!



De dagen worden korter

Door Feike Tibben | 21 augustus 2020

Wat me altijd opvalt als we zo eind augustus, begin september weer in ons normale ritme komen: het is net of iemand de voorbije weken stiekem de tijd heeft verdraaid. Voor de zomer hebben we oneindig lange zomeravonden, waar je rustig om acht uur of half negen nog even het water op kunt. Na de vakantie moet je opeens opletten om nog voor het donker terug te zijn. Een paar weken lang is het dan steeds meer proppen om nog aan het roeien toe te komen tussen werk en donker. En in deze coronatijden met vaste blokuren is het best lastig om nog gaatjes te vinden.

Steeds meer verenigingen lijken ervoor te kiezen om ook in het donker te varen.

Alfred Dijkstra van de commissie veiligheid van de KNRB heeft de aanpak van verschillende verenigingen op een rij gezet. Je ziet interessante verschillen die niet alleen te verklaren zijn uit verschillen in roeiwater. Ik laat er een paar de revue passeren

Er zijn heel leuke eisen. Zoals een vereniging die de meefietsende coach niet alleen verplicht tot het voeren van goede reguliere fietsverlichting (die het ook bij terugkomst in de loods moet doen!), maar deze ook opdraagt om een groen lampje mee te voeren. Ik vraag me af of er al een binnenvaartschipper hierdoor verward is geraakt en zijn schip de kade in heeft geboord.

De leukste? De eis dat het ‘alleen toegestaan is verlichting aan de boot te tapen met PVC (Heeres) tape’. Je gaat je toch afvragen wat de reden was van zo’n eis. Heeft iemand een keer de boel zo vastgemaakt dat de verlichting niet meer verwijderd kon worden? Is er een keer bij het lostrekken van de tape de hele huid meegetrokken? Vragen…

Wat levert zo’n vergelijking nou nog meer op? Er zijn verenigingen die eisen stellen aan roeiers. Dat mogen dan alleen scull2-roeiers, wedstrijdploegen of marathonroeiers zijn of het zijn ploegen met expliciete toestemming. Op de site is dan te lezen dat ‘Derozepekskes’, ‘Voortvarend’ en ‘Zonderdollen’ in het donker mogen varen. (Ik vermoed dat dat in Brabant zal zijn)

Andere verenigingen stellen juist eisen aan de stuur, in de vorm van een minimum-diploma

Weer andere stellen vooral eisen aan boten: alleen gestuurd, grotere nummers of alleen C-materiaal en wherry’s (dat zullen dan wel juist niet de wedstrijdploegen zijn)

Met of zonder coachboot, afhankelijk zijn van de grootte van het water en het al of niet aanwezig zijn van een fietspad

Zorgelijker is het verschil in eisen van kleding en verlichting: sommige verenigingen hebben geen kledingeisen, andere verplichten een wit of fluorescerend shirt. Op het gebied van verlichting is het echt bal. Een enkeling verwijst naar het BPR, maar veel vaker is er een eigen invulling, bijvoorbeeld: ‘rood licht op boeg, wit licht achterop’, of een simpel ‘goede verlichting is verplicht’. Huh?

Er lijkt een wereld te winnen in het donker.

Roeiverbod onder Hammersmith Bridge

Door Marieke Bal, British Rowing | 18 augustus 2020

Vakantie in Zeeland: roeien met Kees Verweel

Ditmaal wordt de column geschreven vanuit Nederland. Na twee weken vakantie ben ik vandaag weer begonnen met werken. In mijn inbox zitten veel positieve berichten die gaan over roeien in grote boten, wedstrijden en lidmaatschapscijfers die langzaam weer wat opkrabbelen. Ons voorstel voor het geleidelijk starten van lokale, regionale en dan landelijke competities ligt op dit moment bij DCMS (Department for Digital, Culture, Media & Sport) voor goedkeuring. Hopelijk kunnen we eind deze maand bekendmaken of ons voorstel goedgekeurd is. Vervolgens is het aan competities om een covid-19 veilig evenement te organiseren. Iets waar mijn team advies in zal gaan geven dus we leren met z’n allen erg veel bij over de veiligheidsmaatregelen.

De Return to Competitions geeft de roeiers ook een focus om naar een wedstrijd toe te trainen. In het najaar zijn de belangrijke nationale wedstrijden de Pairs Head, Fours Head en Scullers Head. Allemaal in London op de Thames over de ‘Championship Course’. Dat is de Boat Race afstand van 4,2 miles (6,8 km) maar bij deze wedstrijden wordt de afstand meestal andersom geroeid omdat je met de stroom mee wil racen (start in Chiswick – finish in Putney).

Het nieuws dat tijdens de vakantie binnenkwam via Whatsapp en Instagram dat Hammersmith Bridge (de mooie groene brug naast het British Rowing kantoor) op instorten staat was dan ook even schrikken. De brug is al tijden gesloten voor autos maar niet voor voetgangers en fietsers en zeker niet voor roeiers! De aanleiding tot de vele berichten was dat door de hitte de scheur in de brug nog groter is geworden, dus nu mag je er ook niet meer onderdoor roeien. Met 75 roeiverenigingen (ca. 9000 roeiers) op het drukste stuk roeiwater van het land was de reactie van iedereen te begrijpen. We hebben snel een update naar de roeiers gestuurd en mijn collega werkt nu met de council om dit op te lossen.

Een groot deel van de roeiers op de Tideway zijn scholieren en zij gaan in september eindelijk weer naar school en kunnen weer komen roeien. Helaas zal dat voor sommige betekenen dat ze enkel rondjes naar Hammersmith Bridge en terug kunnen varen van ongeveer 1,5 km (je mag alleen met specifieke toestemming voorbij Putney Bridge richting te stad roeien want daar is veel verkeer op de rivier). Al denk ik dat de meesten blij zullen zijn dat ze überhaupt weer naar school kunnen en mogen roeien!

Hammersmith Bridge | Foto Roei!

Marieke Bal is Head of Membership bij de Britse Roeibond. Ze kwam in 2005 voor het eerst in aanraking met roeien toen ze lid werd van Tilburgse Studenten Roeivereniging Vidar en is sinds 2014 in een boot te vinden op de Thames in London. Momenteel maakt ze deel uit van de damessectie bij Tideway Scullers School.
Lees alle bijdragen van Marieke Bal hier.