ZRB vieren-jeugdcompetitie: Rowing Apart Together-race

Door Robert Richtersz | 25 november 2020

De eerste editie van de ZRB (Zuidelijke Roeibond) vierencompetitie, die dit jaar voor het eerst gehouden wordt, is een feit. Dit weekend waren er een 8-tal gestuurde viertjes van 11 tot en met 17 jaar tegen elkaar aan het racen. Het eerste plan was deze competitie te gaan doen in Eindhoven, Tilburg, Breda en Den Bosch. Maar 2020 maakt korte metten met plannen, het is een jaar van flexibiliteit en creativiteit.

Met de voorhanden zijnde techniek, de bereidheid om samen te werken bij de verenigingen, de wil om te racen en toch ons aan de regels te houden, kwamen we bij de ZRB met het volgende idee. Een “Rowing Apart Together-race”, een RAT-race dus. De drie viertjes van Beatrix knalden in het Eindhovens kanaal. In Cuijk bij Roeivereniging De Drie Provinciën kon je de jeugd in twee boten over de Kraaijenbergse Plassen zien schieten en bij TOR maakten drie ploegen de Watersportbaan Tilburg onveilig.

De teams roeiden twee afstanden op het water (250 en 500/1000) en nog een slopende ergometertest (250/500). Wat het super spannend maakt is dat je niet direct weet wat je tegenstanders hebben gedaan. Dat is pas bekend als iedereen geroeid heeft. Wanneer de uitslag online staat dan is-ie officieel. En spannend was het, want de drie verenigingen die het afgelopen weekend tegen elkaar streden lagen heel dicht bijeen. Beatrix heeft dit keer de strijd en dus de taart gewonnen. De Drie Provinciën en TOR maken zich klaar voor de revanche op 12 december. We verwachten dat meer verenigingen zich in de strijd zullen gaan werpen. De ZRB vierencompetitie RAT-race; 2020 is niet alleen maar kommer en kwel.


Lassen

OProeien toen – 17

Door Jan Op | 24 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Ieder heeft zijn eigen riem, gemerkt met de eigen initialen. Het beperkte aantal riemen zo vlak na de oorlog maakte dat nodig. De riem wordt in elk type boot meegenomen! Ik neem aan dat iets dergelijks nu niet meer bekend is en ondenkbaar.

We voelen ons op een hoger niveau nu we zijn ingeschakeld om de vernieuwingen uit te voeren die onze coach Jo uit Henley heeft meegenomen. Behalve de veranderingen aan de bladen van ‘onze’ riemen wordt er gemeten. Tot dat moment een taak van de bootsman en het is streng verboden om aan de boot te sleutelen. Dat verbod wordt nu overtreden. Mede door de bemoeienis van onze 7, een werktuigbouwer in opleiding die een passie heeft voor (m)weten, wordt er gemeten. De stand van de dolpen, op een primitieve manier.

Op het droge wordt de boot op de kiel op houten schragen gelegd en met behulp van een paar staanders horizontaal vastgezet. Alweer een streng verboden handeling.

De riem in de dol gelegd terwijl de “eigenaar” die stevig in de inpikstand vasthoudt. Met waterpas en schietlood wordt de hoek van het blad met de verticaal gemeten. Elke afwijking moet worden gecorrigeerd. De rigger is rigide aan de boot geschroefd. De dolpen staat onbeweeglijk vast aan de rigger geschroefd.

De enige manier om de dolpen in de gewenste stand te krijgen is met stalen pijp over de dolpen en krachtig trekken de juiste stand in te stellen. Hier komt het talent van de werktuigbouwer goed van pas. Na enkele pogingen krijgt hij de dol in de gewenste stand en wordt hij met gejuich gehuldigd.

Dat de ijzeren constructie van de rigger daar erg moe van wordt zal geen verbazing wekken. Aluminium is voor dit soort constructies nog in ontwikkeling. Het gevolg is dan ook dat er herhaaldelijk moet worden gelast. En dat soort werkzaamheden moet worden uitbesteed. Het lukt om dat gratis te laten uitvoeren. Aan de overkant staat het gebouw voor Werktuigbouwkunde. Voor de technische opleiding van de studenten zijn werkplaatsen ingericht. Daar kunnen zij o.a. leren lassen onder leiding van een ‘assistent’. Een van die assistenten heeft als les-lasmateriaal kapotte riggers nodig. Toevallig.


1951 – Afkijken in Henley

OProeien toen – 16

Door Jan Op | 18 november 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


De zeer magere resultaten in 1950, terwijl wij tot de oorlog steeds in de voorste gelederen voeren, is voor de oud-leden een reden om het bestuur aan te sporen op zoek te gaan naar een mogelijke verbetering van vooral de techniek van het roeien.
Die moet te vinden zijn in Henley. Daar varen de “beste ploegen van de wereld” (maar op bescheiden schaal, er is dan mogelijk maar 10% van het huidige roeileger op het water te vinden). Vooral de Amerikanen presteren aan de top. In samenspraak tussen bestuur en Oud-Laga wordt besloten een coach, die heeft laten zien capaciteiten te bezitten maar techniek tekortkomt, naar Henley af te vaardigen om de techniek af te kijken.

Dat blijkt een gouden greep te zijn. Hij komt terug met in zijn bagage allerlei verbeteringen. Het nieuwe seizoen bevat Laga-lustrumwedstrijden. Het hoogste doel is het hoofdnummer, acht, in huis te houden. Dus zijn de te verwachten verbeteringen vooral daarop gericht. Maar er is ook een breder verband. Andere ploegen zullen profiteren van nieuwe inzichten.

De acht die wordt geformeerd bevat naast “ouderejaars” ook een aantal uit de acht van het vorig jaar. Ik prijs mij gelukkig dat ik tot die bemanning behoor. Als verreweg de jongste – en dat brengt verantwoordelijkheden mee, waar ik veel later achter kom. We zijn in een andere (roei-)wereld terecht gekomen. Jo, de coach, is uit ander hout gesneden dan de coaches die hun onkunde over de winnende HAAL, omzetten in hard “roepen” en vooral “hard trekken”. Het komt herhaaldelijk voor dat ploegen van Calvé naar de Hoornbrug (ca. 4 km) in “harde haal” afleggen. Dat is ongeveer alles wat de (amateur-)coach van roeien weet. Als roeier word je er wel “hard” van en ook heel moe. Maar als ondergrond voor toegevoegde techniek mooi meegenomen.

De eerste merkbare verandering is het verkorten en “verbreden” van het blad. Een goed ingevoerde roei-kenner zal bij zijn bezoek aan het Roeimuseum (waar?) zich afvragen hoe men kan zien dat er verschil is.
Het gevolg is meer van psychologische aard. We zijn er allemaal van overtuigd dat we een stuk sneller varen. Achteraf denk ik dat het inderdaad een soort truc van de bekwame coach is, hoewel hij dat zal hebben ontkend. We kunnen het nu niet meer vragen; hij bevindt zich in de roeihemel.


De beste stuurlui…

Door Kees Verweel | 14 november 2020

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Foto Federatie Sloeproeien Nederland

Je vraagt je wellicht af waarom de roeiers op de foto zo ongelijk roeien? De foto is een shot uit een veiligheidsvideo gemaakt door de FSN eind 2017. De aanleiding voor het maken van deze video was een hartstilstand in een sloep eerder dat jaar. In 2018 volgden in heel het land aansluitend cursussen ‘reanimatie aan boord van een sloep’.

Onlangs werden we opgeschrikt door een ernstig en noodlottig ongeval met een sloep waarbij helaas een van de roeiers om het leven kwam. Geschokt las ik in de reacties op de social media – diverse lompe opmerkingen van de bekende beste stuurlui; ‘wat doet zo’n roeibootje daar nu in het donker?’, ‘als je ’s avonds gaat roeien dan vraag je om problemen!’ en meer van dit soort ongefundeerde commentaren door mensen die duidelijk zelf niet (sloep)roeien.

Ik zit inmiddels 40 jaar in het sloeproeiwereldje, en ken gelukkig slechts één ander fataal ongeval, wat overigens niemand had kunnen voorkomen. Half jaren ’90 roeiden we de Sloepenrace Lelystad die onverwacht werd overvallen door een zeer snel opkomend onweer. Buienradar hadden we nog niet in die tijd, en bij de start was er geen enkel teken van de naderende onweersbuien. De sloepen zaten al ver op open water, en terwijl de race werd stilgelegd vanwege het slechte weer sloeg de bliksem helaas in in een van de sloepen, met een dodelijk slachtoffer tot gevolg.
Er zijn ruim 250 actieve roeisloepen, waarvan de helft zelfs doortraint tijdens de donkere winteravonden (als er geen corona is). Vele teams trainen op water waar naast pleziervaart ook beroepsvaart is. Zo trainen wij op het Veerse Meer waar grote binnenvaartschepen door de smalle vaargeulen varen. Tijdens wedstrijden hebben we te maken met elkaar, maar ook met kruisende (beroeps)schepen of zeilboten die gewoon voorrang hebben in de meeste situaties. Dus de stuur moet precies weten wat zij/hij moet of mag doen als ze met 10 sloepen tegelijk op een keerboei of Amsterdamse grachtenbrug af denderen. Maar zoals Feike Tibben het treffend verwoordde in zijn column eind oktober; ‘We voelen ons sterk en machtig in onze boot, tegelijk zijn we oh zo kwetsbaar. Roeien en veiligheid, het blijft balanceren op een dun koord’

Uiteraard is het van groot belang – en volgens het BPR zelf verplicht –  dat de stuurlui bekwaam zijn en dus de regels kennen, en weten wat ze moeten doen bij een onverwachte calamiteit. Een vaarbewijs is overigens niet verplicht, maar eigenlijk zou een stuur van een roeisloep minimaal een Vaarbewijs 1 moeten hebben.

De Federatie Sloeproeien Nederland neemt als federatie ook haar verantwoording in deze. Het onderwerp veiligheid komt jaarlijks terug op vergaderingen, tijdens de briefings van wedstrijden, en naar aanleiding van het drama in Katwijk installeert de FSN momenteel zelfs een aparte veiligheidscommissie. Website sloeproeienNL heeft een aparte pagina over veiligheid. Maar dit onderwerp gaat uiteraard iedere roei(st)er aan, en is wat mij betreft een onderwerp waarvan we onze kennis en ervaringen zoveel mogelijk, structureel en eenduidig zouden moeten gaan delen in de roeiwereld. De KNRB en FSN zijn al in contact met elkaar, het zou toch geweldig zijn als alle organisaties de handen ineen gaan slaan over dit onderwerp.

Reanimatie aan boord van een sloep | Foto Federatie Sloeproeien Nederland

Allemaal vergaderen

Door Feike Tibben | 13 november 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


Volgende week is de Algemene Vergadering van de roeibond. Alweer de tweede digitale. We zien dat een jaar van bijna niet doorgaan van evenementen door corona zijn tol eist. Typische AV-eindejaarsfeestjes zoals de verschillende uitreikingen zijn geschrapt; er is gewoon te weinig geroeid om te kunnen spreken van volwaardige klassementen. Toch jammer. Het kost tijd om goede tradities op te bouwen.

Dit jaar zien we nog een ander fenomeen: De impact van corona op financiën. De week vóór de AV komen de vragen binnen van verenigingen. Dit jaar vragen enkele verenigingen of de afdracht aan de bond niet lager kan. Op hun beurt zien we ook bij een aantal sportverenigingen dat leden opzeggen of geld terug vragen: ‘We hebben immers niet kunnen sporten? Zo krijg ik geen waar voor mijn geld’.

Aan de andere kant zullen er ook bonden zijn die bij NOC*NSF aandringen op lagere afdracht. Een aantal bonden is financieel afhankelijk van inkomsten uit competitie, en tja, als die niet doorgaat…

Zonder het recht om discussies over geld, afdrachten en verantwoorde besteding te betwisten (zeker niet, als sport zijn we gebaat bij een open en transparante besluitvorming hierover), heb ik moeite met de beweging dat leden minder willen betalen aan verenigingen, verenigingen claimen bij bonden en bonden een beroep doen op NOC*NSF. Als we als sporters vooral als consument zouden denken dan zouden we lid worden van een vereniging met de laagste prijs of de hoogste ROI.

Maar is individueel voordeel nu dé reden om lid te worden van een vereniging of een bond? Veel bepalender voor het kiezen is of je je er thuis voelt, of alle ledenbelangen tot hun recht komen. Het zijn van een gemeenschap, elkaar ontmoeten, jezelf ontwikkelen en collectieve belangenbehartiging zijn veel méér doorslaggevend. Daar hoor een zorgvuldig-kritische blik bij, maar ook solidariteit. Dat geldt voor een vereniging, maar is in essentie voor een bond of NOC*NSF niet anders.

Laten we elkaar open beoordelen, worden ledenbelangen evenwichtig gewogen, wordt het geld zorgvuldig besteed, maar laten we ervoor waken dat we tekorten naar elkaar doortoepen. Voor je het weet creëren we een piramide van vorderingen. Zie daar maar weer eens vanaf te komen. Juist nu moeten we met z’n allen de in jaren opgebouwde sportinfrastructuur overeind houden. Laten we het dáárover hebben. Roeien doe je samen.



Virtueel coachcongres World Rowing

Het coachcongres van World Rowing, de nieuwe naam van wereldroeibond FISA, krijgt dit jaar een virtuele editie. Van vrijdag 27 november tot en met zondag 6 december zijn er dagelijks enkele presentaties en webinars te volgen over onderwerpen rond het internationale roeien. Er zijn onder meer sessies over training, coaching, pararoeien en beach sprints. Er zijn enkele live sessies maar de meeste zijn opgenomen en komen op de geplande dag online.

Na aanmelding en betaling krijg je dagelijks de links naar de presentaties en live sessies per e-mail. Hoeveel je er nu precies voor moet betalen is niet geheel duidelijk, op de website staat 25 Zwitserse frank, de flyer noemt een bedrag van 25 euro en de inschrijfpagina 25 dollar.

Meer informatie: http://www.worldrowing.com/events/2020-world-rowing-virtual-coaches-conference/event-information