Eén jaar oud

Door Kees Verweel | 26 september 2020

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Terwijl vandaag de derde roeisloepenrace – Vechten op de Vecht – van dit seizoen werd geroeid, volgt de organisatie van de Grachtenrace Amsterdam (10 oktober) het nieuws op de voet. Het kabinet heeft gisteren het Outbreak Management Team verzocht om aanstaande maandag met een advies te komen over welke extra maatregelen genomen moeten worden voor onder andere de regio Amsterdam. Deze sloepenrace is inmiddels ook een race tegen de coronaklok geworden, en we hopen voor de organisatie uiteraard dat deze klassieker mag doorgaan!

Ondertussen vieren wij met onze club Sloeproeien Zeeland onze eerste verjaardag. Het werd een heel ander jaar dan we hadden verwacht, want door de coronacrisis stonden we ruim drie maanden op het droge, en de enige wedstrijd waar we voor stonden ingeschreven – Langweerder Sloepenrace op 3 oktober – is afgelopen week helaas maar om begrijpelijke redenen afgelast. Ons eerste seizoen blijft dus wedstrijdloos, mede omdat de inschrijving voor de afsluiter van dit seizoen – Liwwadster Rondje – al is gesloten en ze met slechts maximaal vijftig sloepen de race hopen te organiseren op 24 oktober. Maar ondanks dit vreemde jaar hebben we inmiddels een mooie club met 17 leden, een apart dames- en herenteam, blijven belangstellenden zich melden en hebben we ruim 500 kilometer getraind in de zes maanden dat de Seelandia te water lag! Mooie resultaten, waar we trots op zijn. Verder hebben we tijdens onze drooglegging leren peddelen, werden we tijdens de zomertrainingen vergezeld door zomergasten, en kwamen we onder andere een oceaan-roeiboot en ‘Zeepaarden’ tegen tijdens de trainingen.
Want dat is zo mooi aan (sloep)roeien, het is echt iedere keer anders op het water! Prachtige zonsondergangen, onstuimig water, regen en wind, windstilte, en de laatste weken ’s avonds als het donker is zeevonk rond de riemen, het gaat echt nooit vervelen… We blijven de komende maanden lekker trainen zolang het kan en/of mag, en zijn alweer plannen aan het smeden voor het volgende seizoen. Begin november gaan we onze eerste verjaardag vieren met de leden!



Winnen!

Door Feike Tibben | 25 september 2020 | Foto’s Marloes Miltenburg: start van de nieuwe juniorencompetitie in Breda

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.


‘Ik wil alleen maar wedstrijden aan meedoen die ik win’ antwoordde drie jaar geleden jeugdlid Max van mijn vereniging. Ik vroeg hem waarom ik zijn naam niet bij de deelnemers van een roei-event zag. ‘Als ik niet ga winnen, schrijf ik me ook niet in,’ vervolgde hij. Nu was hij een fijne sporter, maar niet buitengewoon getalenteerd en ook niet bovengemiddeld gemotiveerd, winst was dus niet gegarandeerd. Zijn keuze om alleen bij winst te starten resulteerde dan ook in steeds minder deelnames en – bij gebrek aan competitie – ook steeds mindere prestaties. Het was voor mij de eerste keer dat ik winnen als dominante sportmotivatie zag.

Het was in die tijd ook dat ik las van een hockeycoach die twee van zijn pupillen die na een verloren wedstrijd met z’n tweeën geinend het veld afliepen een veeg uit de pan gaf: ‘Bij verlies wil ik geen lachende gezichten zien.’ Deze coach had die focus op winnen al eerder herkend, zich volledig eigen gemaakt en droeg dat actief over op zijn sporters. Deze week nog gaf de Volkskrant een beschrijving van Ajax-voetballer Perr Schuurs, met daarbij het volgende citaat: ‘Onder vrienden en familie is hij bekend als een sociale, gezellige jongeman. Beleefd en opgeruimd ook. Toch zie je de 20-jarige Ajax-verdediger op het veld niet lachen. Dat mag niet van de assistent-coach.’ (..) Perr: ’Ik moet nu continu gefocust zijn, meedogenloos. Ik heb daar afspraken over gemaakt. Niet lachen is een van de afspraken.‘
Winst en meedogenloosheid als basis voor sportieve inzet? Ik zie nog steeds trainers, ouders, sporters voor wie winst dé sportbeleving is. Een verloren wedstrijd is in hun ogen een verloren weekend, verloren jaar of verloren sportcarrière.

Het woord sport zou afgeleid zijn van het Latijnse woord desporto, ‘in vervoering raken’ of ‘laten meeslepen’. Mensen die opgaan in een activiteit of door een activiteit worden meegevoerd, zoals bij flow of het runner’s high. Anderen stellen weer dat het woord komt van de Latijnse term disportare, zich verstrooien, zich verma­ken of zich ontspannen. Het erop lijkende Engelse werkwoord ’to disport’ heeft de betekenis van het zichzelf afleiding geven. De oor­spronkelijke bijbedoeling was om de aandacht af te leiden van de hardheid en de druk van het dagelijkse leven door het deelnemen aan speelse, fysieke activiteiten. Sport had in het kostschool-Engeland als primair doel om jongeren te leren samenwerken, incasseren en respect te ontwikkelen langs de rituelen van het sportspel.

En al lijkt het door Max, door Perr en de hockeycoach in dit verhaal wel anders, díe functie van sport is niet veranderd. Het gros van de kinderen die gaan sporten doet niet om de Olympus te bedwingen – dat komt veel later en maar bij enkelen – maar om plezier te hebben, omdat hun vriendjes of vriendinnen ook op die sport zitten, omdat het gezellig is of om iets nieuws te leren. Laten we dat niet vergeten.

Afgelopen week is de nieuwe juniorencompetitie roeien van start gegaan. Vier regio’s doen mee: Noord-Holland, Zuid-Holland, Zuid-Nederland en Midden-Nederland. De inzet: veel deelnemers, lol hebben met elkaar, plezier op het water, elkaar leren kennen. Winnen? Zeker! Maar niet ván elkaar: mét elkaar! Mooi om op zondagavond foto’s en filmpjes te zien binnenkomen van pleziermakende peddelaars. Ik vind het top dat aan een initiatief dat pas net vóór de zomer ontstond nu al zoveel verenigingen en junioren meedoen. Daarvan raak ík weer vrolijk en in vervoering. En dat is dubbelwinst.

En mijn jeugdroeier Max? Max ging steeds minder roeien en voer uiteindelijk alleen nog maar af en toe bij de vereniging heen en weer. Twee jaar geleden is hij gestopt. Ik kwam ‘m deze zomer nog tegen. ‘Ik mis het roeien wel hoor’, vertrouwde hij me toe. We hebben dus allebei allebei verloren: Ik een pupil, hij z’n sport. En dat is pas echt verliezen.

PS: Max heet in het echt natuurlijk niet Max



OProeien toen – 8

Door Jan Op | 20 september 2020

Ik, Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. De omstandigheden uit die jaren schets ik graag.
Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Stapje terug naar het dak van de loods van Willem III. In die jaren zijn zowel de roeiers als hun aanhang geduchte “hooligans”. Wat op het water niet wordt behaald, wordt gecompenseerd aan de wal. Hoewel een blik ook moet worden gevierd. Een korte inleiding lijkt mij gewenst.

Hoe het eraan toegaat na de wedstrijden bij de toen deelnemende verenigingen kan ik in mijn geheugen niet terugvinden. Wij hebben een naam hoog te houden. Er kan verschillend worden gedacht over die naam en de bijbehorende hoogte. In ieder geval wordt de training opgeschort tot 24.00. En de fles wordt met beide handen aangegrepen. Na geruime tijd begint het lijf eraan te wennen. En het is de ultieme methode om weer fris helemaal opnieuw te beginnen. Het roeien moet wel “leuk” blijven. Natuurlijk zijn we in het gezelschap van bewonderaars van dezelfde kleur maar die hebben hun riem reeds aan een wilg opgehangen. (Uiteraard beeldspraak, want riemen zijn kostbaar en schaars).

Als ik nu de beelden van het gedrag van supporters zie, is ons gedrag daar een slap aftreksel van. Maar de indruk op “de bevolking” is vergelijkbaar. Het woord “student” heeft een feestelijk accent waarbij de studie secundair is.

Terug naar de roei-verleden-tijd, de Varsity 1950.

Onze Jonge (eerstejaars) Acht haalt de finish wel maar niet als eerste. De Oude Vier volgt ons voorbeeld. Maar dat is zeker niet de bedoeling. Ook de rest van de afgevaardigden oogst weinig succes.

Een belangrijk element in het leven van een (vooral succesvol) mannelijk roeier is de verplichte militaire dienstplicht (2 jaar!). Op basis van de studieresultaten kan uitstel van de plicht worden verkregen. Maar die resultaten zijn soms moeilijk haalbaar als je nogal intensief met roeien bezig bent. De minister van “Oorlog” (ja, dat is zijn titel!) is uiterst streng. Hij moet zorgen dat een groot leger aan deze kant van de Berlijnse Muur klaar staat. Hoewel roeiers tot de beste militairen kunnen worden gerekend, kan ook het deelnemen aan belangrijke wedstrijden (je verdedigt het landsbelang) tot uitstel leiden. Afgezien van studieresultaat een accent dat bij roeien niet meer bestaat gelukkig.



It giet oan

Door Kees Verweel | 19 september 2020

Kees Verweel (1963), actief sloeproeier sinds 1980. Woont met Silke aan de Oosterschelde in Kattendijke (Zeeland). Drie volwassen kinderen. Initiator en beheerder van www.sloeproeien.nl. Bij diverse verenigingen geroeid, eind 2019 medeoprichter van de nieuwe club Sloeproeien Zeeland waar we in de 6-riemer Seelandia roeien. Lees alle bijdragen van Kees Verweel hier.


Vandaag stond de tweede sloeproeiwedstrijd van 2020 op het programma: 24 sloepen streden vandaag tijdens de Slag om Makkum om de beste plaatsen. Het programma was wegens corona sterk versoberd, dus dit keer geen feesttent, geen catering, geen douches en na de race direct in de auto en op huis aan om vandaar ’s avonds de virtuele prijsuitreiking te zien. Ook veel minder deelnemers dan anders, niet iedere ploeg is al voldoende getraind of gemotiveerd genoeg om een hele dag onderweg te zijn. Maar wat geeft het? We kunnen tenminste weer wedstrijden roeien!

Op 12 september had de ZwarteWaterRace de eer om het seizoen 2020 te openen met 33 deelnemende sloepen. En wat is het toch een prachtig gezicht, van die machtige sloepen op het water! Wie had dit begin dit jaar kunnen bedenken…. De eerste race halverwege september! Het blijft een bizar jaar. Als het verder niet tegenzit blijven er nog maar 4 wedstrijden over dit jaar.

Photo Credit Active Creations

De Utrechtse Grachtenrace Rondom die oorspronkelijk op 11 april geroeid zou worden maar werd verplaatst naar 17 oktober heeft inmiddels alsnog besloten de race af te gelasten. De risico’s om goed aan de coronaregels te kunnen voldoen en te handhaven bleken te groot. En ook de grote en bij vele sloep- en pilot gigroei(st)ers favoriete afsluiter van het seizoen gaat dit jaar helaas niet door. Muiden-Pampus-Muiden – 3x een rondje Pampus in het weekend van 31 oktober en 1 november – is bekend van het gezellige feest op zaterdag. Dit zat er sowieso niet in dit jaar, dus werd er afgewogen om een eendaags evenement te organiseren. Maar de organisatie vreest een te grote toeloop, en neemt door annulering dan ook de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat MPM niet kan ontaarden in een hot-spot van besmettingen, zowel voor de roeiers, de toeschouwers en onze vrijwilligers. Want helaas rukt het virus weer steeds verder op. Het aantal besmettingen stijgt zeer snel, en sinds gisteren zijn er aanvullende regionale maatregelen in 6 veiligheidsregio’s. Zal de Amsterdamse Grachtenrace over 3 weken nu nog doorgaan? Ik kan me zo voorstellen dat de organisatie lastige afwegingen moet maken, fingers crossed!

Photo Credit Active Creations


Plekzat

Door Feike Tibben | 18 september 2020

Feike Tibben is bestuurslid van de Koninklijke Nederlandsche Roeibond, met als portefeuille sportontwikkeling. Lees alle bijdragen van Feike hier.

Waar ik ben opgegroeid stond in de buurt een huis, niet heel dicht aan de weg, niet goed zichtbaar met een wat vreemde naam, ‘plekzat’. Niet een bijzonder mooi of groot huis. Eigenlijk was er maar één ding bijzonder, die wat rare naam. Dat bleef intrigeren. Uitnodigend als ‘kom maar, we hebben plek zat’. Als ik langsfietste keek ik even naar binnen. Niet dat ik daar iemand kende, maar toch…
Jaren later kwam ik via via en volgens mij omdat er wat gedaan moest worden voor school, in huize Plekzat. Ik was nu ineens ín het intrigerende huis. Het huis leek van buiten al niet al te groot, maar in werkelijkheid wat het zelfs wel klein en sober. Het ‘plek zat’ was echter geen ironie. Er bleek daadwerkelijk plek zat te zijn voor iedereen. We waren die middag met veel, maar er werd geschoven met stoelen, kussen, dozen en kisten en zo hadden we allemaal plek. Aan het eind van de middag klonk het ‘jullie blijven toch eten, er is genoeg’ even uitnodigend en oprecht als logisch. Het werd nog een latertje die dag want ‘er is genoeg’, bleek ook te slaan op de nodige zaken om een avond gezellig te maken.
Het ‘plek zat’ zat m niet in de grootte van het huis, maar in het vermogen om te plooien, te schikken en te schuiven.

Ik moest daar aan denken toen ik las dat veel oudere sporters nog niet weer durven sporten uit angst voor besmetting, uit angst voor te weinig ruimte. Sportscholen schijnen 30% minder klanten te hebben, sportverenigingen hebben gemiddeld 15 -20% minder actieve sporters. Beweegarmoede neemt in ons land over de hele breedte toe.
Ik zie veel sporters en veel verenigingen creatief gebruik maken van mogelijkheden en met voldoende afstand tot elkaar actief sporten. Deze week nog in Breda: mét voldoende afstand, volle bak op de roeivereniging.
Maar ik zie ook verenigingen die niet die creativiteit laten zien, die vasthouden aan vaste formules en als consequentie voor lief nemen dat er veel minder gesport wordt. Ik zie sporters die zichzelf uit angst voor te weinig afstand het sporten ontzeggen.

Vanavond (18 september) kondigt de regering nieuwe Covid-maatregelen af. Veel mensen voorzien beperkingen en restricties. Die beperkingen moeten we serieus nemen. We houden afstand en blijven alert op onze gezondheid en die van anderen. Maar bij een goede gezondheid hoort ook in beweging blijven en te sporten. Beste mensen, er is op onze verenigingen en op het water plek zat om te bewegen en te sporten. Ja, soms met wat plooien, schikken en schuiven. Misschien met iets meer sport en met iets minder gezellig, maar het kan! Verenigingen zou ik willen uitdagen om juist nu ook nieuwe mensen uit te nodigen en ruimte te bieden. Juist wij als buitensporten hebben ruimte en kunnen een gezond perspectief bieden. Ook in de komende donkere periode. Is dat moeilijk? Zeker. Het vraagt creatief denken: Ander bootgebruik, andere programma’s, sporten op andere tijden. Is het mogelijk? Natuurlijk. ‘Plek zat’ zit ‘m niet in de grootte van het clubgebouw, het aantal boten of de beschikbare instructeurs, maar vooral in het vermogen om te plooien, te schikken en te schuiven.

Ik wens jullie allemaal een fijne nationale sportweek.



OProeien toen – 7

Door Jan Op | 6 september 2020

Jan Op den Velde, 89 jaar, roeide voor Laga in de periode 1950-1954. Hij neemt ons mee naar die periode. Vanaf OProeien toen – 1 is het een doorlopend verhaal. Via deze link vind je ze allemaal.


Het zal begrijpelijk zijn dat ik veel details na 70 jaren kwijt ben. Bovendien heb ik nogal veel halen gemaakt in al die jaren. Toch probeer ik uit mijn versleten geheugen te putten om mijn voornemen: de evolutie van het roeien aan te dragen, gestalte te geven. Dus terug naar Ouderkerk a/d Amstel in 1950.

Ik put plaatjes en krantenknipsels uit mijn geplastificeerde plakboek. De plaatjes worden overgezet naar deze geschriftjes waardoor de kwaliteit flink te lijden heeft. Maar dat valt dan onder “antiek”.

We hebben ongetwijfeld onze welverdiende blazers aan. In de speciale kleur rood van onze lichting. Hoe we reizen en verblijven is me totaal niet meer bekend. Mogelijk was er een busverbinding tussen het Centraal Station en Ouderkerk. En gaan we naar ons ouderlijk huis eventueel samen met een ploeggenoot om te overnachten. Hoewel de “Havik” (schip voor het boottransport, botenwagens bestaan nog niet) soms ook onderkomen biedt met stro in het ruim gespreid. Ons eigen vervoermiddel is een fiets, niemand heeft een auto. De fiets hebben we in Delft achtergelaten.

Uit het geplastificeerde album van Jan Op: gerommel met de vlag van Willem III

Zaterdag onze kennismaking met de Amstel en het bijkomende nemen van allerlei bochten. De taak van de verse “stuur” (ik heb de “pik” eraf gehaald zoals eerder beloofd). Veel “boord-best” en het aansturen van de bochten oefenen. En hoe om te gaan met de “vijand” als hij of wij in de weg varen. Dat laatste is nauwelijks te vrezen: er nemen in totaal 20 achten deel waarvan 2 in de Eerste Divisie.

Onze allereerste wedstrijd. 8 km. We zijn uitgebreid voorbereid op de start. Spannend. We varen over een onzichtbare lijn die je wel kan horen. En dan is de jacht op de ploeg voor ons begonnen. Maar ook op ons wordt gejaagd. Wij varen in ons gewone hempje van ongeveer de juiste kleur, met blote armen. Hemden met korte mouwen bestaan niet of zijn te duur. Ik herinner mij niets van de wedstrijd zelf. Mijn archief zegt dat we 3e zijn. Geen blik.

Na afloop een illegale vlaggenceremonie. We proberen de vlag van Willem III te vervangen door een eigen das met onze kleuren. We hebben van ouderejaars vernomen dat wij de naam van onze vereniging “hoog” moeten houden.  De tegenwoordige voetbalsupporters hebben hun gedrag van ons afgekeken. Onze President blijkt het resultaat van onze prestatie niet te waarderen. Ons overleven staat op het spel.

Wordt vervolgd